Tijdens de uitvaart van een oude jager gebeurde iets wat niemand ooit zou vergeten. Zijn trouwe retriever had drie dagen lang niets gegeten of gedronken. Terwijl de priester naast de open kist stond, begon de hond plotseling luid en agressief te blaffen. Aanvankelijk dacht iedereen dat het dier overweldigd was door verdriet, maar enkele minuten later ontdekte de familie dat de hond hen juist voor iets verschrikkelijks probeerde te waarschuwen.
Op datzelfde moment gleed er een klein metalen voorwerp uit de mouw van de priester en viel op de grond.

Het was Henry’s zilveren medaillon.
Zijn zus herkende het onmiddellijk en hapte geschrokken naar adem. Henry droeg dat medaillon al meer dan dertig jaar onafgebroken om zijn hals. Binnenin zat een foto van zijn overleden vrouw, iets wat iedereen in de familie wist. Toen Henry dood in zijn woning werd gevonden, was het sieraad spoorloos verdwenen. De familie had aangenomen dat medewerkers van de uitvaartdienst het hadden verwijderd.
Een beklemmende stilte hing plotseling over de begraafplaats.
De priester wilde het medaillon haastig oprapen, maar Buddy liet opnieuw een dreigende grom horen. De man verstijfde onmiddellijk.
Henry’s neef bukte zich langzaam, pakte het sieraad op en opende het voorzichtig. Achter de foto ontdekte hij een klein opgevouwen briefje. Zijn handen trilden terwijl hij het openvouwde.
Het was geschreven in Henry’s handschrift.

In de boodschap stond dat, mocht hem ooit iets overkomen, de familie onderzoek moest doen naar de man die regelmatig langskwam onder het mom van geestelijke hulp. Henry schreef dat er geld uit zijn huis verdween en dat hij van plan was de volgende dag contact op te nemen met de politie.
Langzaam richtten alle blikken zich op de priester.
De man probeerde zichzelf meteen te verdedigen. Hij beweerde dat Henry hem het medaillon vrijwillig had gegeven voordat hij stierf. Volgens hem bewees het briefje niets en was de hond simpelweg onrustig geworden door het overlijden van zijn baasje.
Maar toen sprak een buurman zich uit. Hij herinnerde zich dat hij dezelfde zwarte auto de avond voor Henry’s dood voor diens huis had zien staan. Een andere buurman vertelde dat Buddy die nacht onafgebroken en paniekerig had geblaft.
Vanaf de begraafplaats belde de familie onmiddellijk de politie.

Terwijl iedereen wachtte op de agenten, verloor de priester zichtbaar zijn zelfvertrouwen. Hij stond zwijgend op afstand met neergeslagen ogen. Buddy liep intussen rustig terug naar de kist en ging opnieuw naast Henry liggen. Dit keer huilde hij niet meer.
De hond legde zijn kop zachtjes op de borst van zijn eigenaar en keek naar de aanwezigen alsof hij eindelijk zijn taak had volbracht.
Later ontdekten rechercheurs dat Henry’s dood helemaal niet zo vredig was geweest als aanvankelijk werd gedacht. In zijn woning vonden ze duidelijke sporen van een gevecht, verdwenen documenten en een lege kluis waarin Henry zijn spaargeld bewaarde.
De priester bezocht Henry al maanden en wist precies waar de kostbare spullen lagen verborgen. Hij was ervan overtuigd geweest dat niemand vragen zou stellen na de dood van een eenzame oude man.