Hij trok haar uit een brandend gebouw — en daarna liet ze zijn schouder nooit meer los
Het bleek dat niet alles binnenin vergeten was.

Hij was de eerste die door de rook heen kwam. Duffield—helm #31, de man met de snor die nooit veel zegt maar altijd verschijnt.
Er ging een minuut voorbij. Toen drie. Net toen de chef hem terug wilde roepen, kwam hij naar buiten—hoestend, bedekt met roet…
…en hield het kleinste, bibberende poesje onder zijn jas vast.

Ze was verbrand, trillend en doodsbang, maar ze leefde nog.
Hij wikkelde haar in een handdoek en bleef de hele rit terug naar het station bij haar zitten. Hij liet niemand anders bij haar in de buurt komen. Hij zei: «Ze heeft genoeg vreemden gehad voor één dag.»
We dachten dat hij haar naar een dierenarts zou brengen. Misschien naar een asiel.

Maar die nacht krulde ze zich op in zijn helm en viel in slaap.
De volgende ochtend reed ze op zijn schouder, alsof ze daar thuishoorde.
Ze is sindsdien bij ons. Eet uit zijn lunchbox. Slaapt in zijn kluisje. Springt op zijn schouder elke keer dat het alarm afgaat, alsof ze ervoor zorgt dat hij terugkomt.

Maar hier is het deel waar niemand over praat:
Ze spint alleen als hij haar vasthoudt.
En er is één vlekje op haar kleine pootje dat voor altijd zwart is, als een klein asvlekje dat niet weg te wassen is.