Een blinde man begon plotseling te zien tijdens zijn eigen bruiloft: toen hij zijn bruid voor het eerst zag, was hij geschokt door het onverwachte.
Na het ongeluk was zijn leven verdeeld in «voor» en «na». Hij verloor zijn zicht en dacht dat zijn leven voorbij was. Maar toen ontmoette hij de vrouw die zijn leven veranderde en hem leerde het leven weer te waarderen.

Hij wist niet wat voor haar haartype ze had, welke kleur ogen ze had of hoe ze glimlachte. Hij hield van haar lach, haar geur, haar adem naast hem ‘s nachts.
Het was voor deze vrouw geen probleem dat hij haar niet kon zien. Ze hield gewoon van hem. En de blinde man begon weer te glimlachen, leerde gelukkig te zijn – voor het eerst in lange tijd.
En toen brak de trouwdag aan. De zon ging onder, het gouden licht verlichtte de witte boog versierd met rozen. Hij stond bij het altaar, hield haar hand vast en voelde haar trillen en warmte. Alles leek perfect en oprecht.
Maar het was op dat moment, terwijl ze hun geloften uitwisselden, dat het onmogelijke gebeurde. Iets schitterde in de ogen van de bruidegom. Eerst een zwakke gloed. Een kleur. Verblindend, wazig. Hij verstijfde, niet begrijpend wat er gebeurde.

Toen werden de contouren duidelijker: de vlekken veranderden in silhouetten, de silhouetten in gezichten. Hij zag de lichte kleding van de gasten, het groen van de tuin, de mensen om hen heen. En toen, voor het eerst in lange tijd, zag hij zijn bruid.
Hij verstijfde van angst bij wat hij zag, en een nauwelijks hoorbaar woord ontsnapte aan zijn lippen:
«Jij?»
Het gezicht dat hij zich perfect had voorgesteld, bleek totaal anders te zijn: diepe littekens bedekten zijn huid, de sporen van een oude brandwond vertekenden zijn gelaatstrekken.
De ogen van de bruid vulden zich met tranen, niet van vreugde, maar van angst. Ze begreep het plotseling.
De bruid deed een stap achteruit, alsof ze op het punt stond weg te rennen. De gasten stonden verstijfd, onzeker over wat er gebeurde. Haar lippen trilden.

«Ik… ik begrijp het als je het niet meer aankan…» fluisterde ze, terwijl ze naar beneden keek.
Tranen stroomden over haar wangen. De bruidegom stapte naar voren en hield haar hand stevig vast.
«Nee. Je hield van me toen ik blind was. Je accepteerde me zoals ik was, gebroken, blind…» Haar stem trilde, maar klonk vastberaden. — Nu is het mijn beurt om jou te accepteren. Je bent een ware schoonheid.

Op dat moment zag hij zijn littekens niet meer, alleen de vrouw die hem weer tot leven had gewekt.
De bruidegom omhelsde zijn bruid en alle gasten slaakten een zucht van verlichting. En toen hij zijn vrouw voor het eerst zag, begreep hij: ware schoonheid schuilt niet in gezichten of weerspiegelingen, maar in het licht dat de ene mens de andere geeft.