Nadat ze 50 jaar lang haar kerk had gediend, had mijn grootmoeder helemaal niets meer toen ze steun nodig had. Haar testament was de perfecte redding.
Bijna vijf decennia lang wijdde Eleanor zich met hart en ziel aan de kerk die haar tweede thuis was.

Stil, nederig en bescheiden wijdde ze haar leven aan het dienen van anderen, zonder ooit erkenning of beloning te verwachten.
Maar toen de ontberingen van het leven toesloegen en ze de steun nodig had van de instelling die ze had helpen opbouwen, voelde Eleanor zich verlaten.
In de stilte van haar latere jaren klonken haar onuitgesproken verdriet en waardige veerkracht krachtiger dan welke preek dan ook ooit zou kunnen.

Eleanor was niet iemand die de schijnwerpers zocht. Vanaf het begin belichaamde ze de geest van onbaatzuchtige dienstbaarheid.
Als steunpilaar van haar Southern Baptist-gemeente stond ze bekend om het feit dat ze vroeg kwam en laat bleef, dat ze inviel waar nodig, en dat ze dat deed met een gratie en toewijding die haar de stille bewondering van de mensen om haar heen opleverde.

Of het nu ging om het vervangen van een zieke kinderverzorgster, het bereiden van extra ovenschotels voor fellowship-diners of het besturen van de kerkbus op retraites en koorreizen, Eleanors toewijding was onwrikbaar.
Haar bijdragen werden niet gemeten aan grootse gebaren of publieke lofbetuigingen, maar aan de kleine daden van vriendelijkheid die het leven van iedereen die ze raakte verlichtten.

In de gemeenschap stond ze simpelweg bekend als «Gran Eleanor» — een vrouw wiens aanwezigheid net zo constant was als de opkomende zon, wiens nederige glimlach en warme houding een stille belofte van zorg en liefde waren.